Het komt voor dat de farmaceutische industrie aan ziekenhuizen geneesmiddelen in eerste instantie goedkoop aanbiedt om er voor te zorgen dat het geneesmiddel `in de markt` wordt gezet en blijft. Op die manier is niet gegarandeerd dat patiënten het best passende medicijn krijgen. Als patiënten later het ziekenhuis verlaten bestaat de kans dat het medicijn automatisch ook door huisartsen worden voorgeschreven. Dit blijkt uit onderzoek van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). Trudy Dehue beschreef dit fenomeen al in haar veelgeroemde boek de Depressie-epidemie.
De IGZ onderzocht zes werkgroepen die zich bezighouden met het ontwikkelen van richtlijnen. Bij één van deze werkgroepen ontdekte de IGZ dat de farmaceutische industrie betrokken is bij het ontwikkelen van behandelrichtlijnen. Bij vijf van de zes onderzochte richtlijnen werd de schijn gewekt dat er sprake was van beïnvloeding. In één van de onderzochte richtlijnen bracht het (nagenoeg) gratis aanbieden van geneesmiddelen aan een ziekenhuisapotheek de kans met zich mee, dat huisartsen doorgingen met voorschrijven.
Het gaat om geneesmiddelen die veel gebruikt worden, zoals geneesmiddelen tegen suikerziekte en antidepressiva. Farmaceutische bedrijven worden soms uitgenodigd door richtlijnontwikkelaars om toe te lichten waarom hun geneesmiddelen opgenomen zou moeten worden in een richtlijn. Ook onderhoudt de farmaceutische industrie banden met werkgroepleden die behandelrichtlijnen opstellen.
onderschikt in:1 , depressie epidemie, trudy dehue